Zuidam: 'De Max Verstappen van de Eredivisie zijn'

Als kleuter trok hij tweewekelijks vanuit volkswijk Hoograven naar Stadion Galgenwaard. Nu is de pas 38-jarige Jordy Zuidam directeur voetbalzaken bij zijn FC Utrecht. Een gesprek over onvoorwaardelijke clubliefde, creatief scouten, kritiek op Dick Advocaat en de aangescherpte ambities in de Domstad. ‘We hebben de lat opnieuw hoger gelegd.’


Sfeer

14 november 2018. Op de vierde verdieping van Stadion Galgenwaard belegt FC Utrecht een technische avond. Een honderdtal toehoorders luistert aandachtig naar Jordy Zuidam. De directeur voetbalzaken is gevraagd de voetbalvisie van de club uit de doeken te doen. Tot veler verbazing toont hij eerst een foto. Het moet 1985 zijn geweest, het jaar waarin Utrecht voor het eerst de KNVB-beker won. Op de prent zien we Gert Kruys, John van Loen en een klein ventje met hoogblond haar. Het mannetje uit de wijk Hoograven, metin zijn handjes een handtekeningenboekje en een poster geklemd, intrigeert. Zuidam vertelt zijn verhaal. Over zijn FC Utrecht-kamertje vol vlaggen en posters, en de jongensdroom ooit zelf in Galgenwaard te spelen. Zeven jaar na die foto wordt hij gescout. De kleine middenvelder kan ook naar Ajax en PSV, maar kiest voor de club van zijn vader. Het is Nol de Ruiter die hem als tiener bij de selectie haalt en uiteindelijk laat Mark Wotte hem debuteren. De supporter is speler geworden.

Aan het einde van de avond, als iedereen is bijgepraat over de selectie, de jeugdopleiding én de scouting, toont Zuidam nog één foto. Het is 2003. We zien een blonde voetballer in een rode badjas in De Kuip, de KNVB-beker stevig in zijn inmiddels veel grotere handen. Het is de dan 22-jarige Zuidam.

Clubliefde bestaat. Hand in hand met je vader naar het stadion, strijden voor de Bunnikside, om vervolgens als directeur voetbalzaken de lijnen uit te zetten. Met de ultieme droom: een derde foto waarop hij als directielid met de KNVB-beker staat. Niks draaideurdirecteur, Zuidam is al een leven lang FC Utrecht. ‘Het is de rode draad in mijn leven’, begint hij. ‘Dat is er met de paplepel in gegoten. In Hoograven was er maar één club. Daarom ben ik destijds ook niet naar Ajax of PSV gegaan. Na mijn actieve loopbaan kwam de club opnieuw in beeld. Ik weet dat ik bevoorrecht ben. Ik droomde ervan voor deze club te voetballen en dat is gelukt. Nu mag ik samen met anderen bouwen aan een mooie toekomst voor FC Utrecht. Dat geeft ongelofelijk veel energie.’

Eerst terug naar uw voetbalcarrière. Na FC Utrecht, PEC Zwolle, Go Ahead Eagles en RBC Roosendaal hield u het al op dertigjarige leeftijd voor gezien.
‘Dat was een bewuste keuze. Ik had nog twee of drie jaar door kunnen gaan in de Eerste Divisie, nog honderd wedstrijden meer kunnen spelen. Ik hoefde alleen maar een handtekening te zetten. Maar wat had dat me nog opgeleverd? Ik heb een geweldige loopbaan gehad. Twee keer de beker en één keer de Johan Cruijff Schaal gewonnen, Europees voetbal gespeeld én ik ben aanvoerder geweest bij diverse clubs. Moet je dan nog drie jaar doorgaan in de subtop van de Eerste Divisie? Ik wilde liever aan mijn maatschappelijke loopbaan beginnen.’

Het kriebelde?
‘Eigenlijk wel. Tijdens mijn actieve loopbaan was ik al bovenmatig geïnteresseerd in de wereld om de voetballerij heen. Hoe ziet de sponsorwereld eruit? Waarom scouten ze die speler wel en die niet? Ik ben van nature erg nieuwsgierig. Ook had ik al vroeg een hekel aan de opmerking: “Dat is nu eenmaal de voetballerij”. Het wordt nog altijd te pas en te onpas gebruikt als iets niet lekker loopt of anders gaat dan verwacht. Alsof dat een excuus is voor alles wat verkeerd gaat. Natuurlijk gaan er dingen verkeerd, maar overal moet een gedachte achter zitten. Op vrij jonge leeftijd ging ik al in gesprek met sponsors en directeuren en al tijdens mijn actieve loopbaan ben ik de schoolbanken in gegaan. Eerst studeerde ik hbo topsportmanagement en later hbo sport en businessmanagement. Nadat ik was gestopt bij RBC, ben ik met meerdere (sport)organisaties in gesprek gegaan.’

Het werd FC Utrecht. Met dank aan uw zoon.
‘Je doelt op ons bezoek aan het consultatiebureau? Dat is een bijzonder verhaal. De arts vroeg destijds naar de naam van de vader van het kind. “Zuidam? Dat klinkt bekend. U heeft gevoetbald, toch?”, vroeg ze. Ik antwoordde bevestigend en er volgde een gesprek over mijn studies en toekomstplannen. Toen zei ze: “Jij moet echt eens met mijn broer gaan praten!” Haar broer bleek Frans van Seumeren te zijn…Niet veel later ben ik met Frans gaan zitten. Hij was enthousiast en zei dat hij me graag binnen de club wilde hebben. Zijn idee was dat ik onderaan in de orga-nisatie zou beginnen, net zoals híj dat bij zijn eigen bedrijf had gedaan. Zo leerde ik alle onderdelen van de club kennen. Ik begon als assistent bij Henny Lee, het toenmalige hoofd opleiding. Ik viel met mijn neus in de boter: juist in die periode besloot de KNVB het beoordelingssysteem te veranderen. Waar eerst vooral werd geteld hoeveel ballen en lichtmasten er waren, ging het nu over de inhoud. Op dat gebied kon de club nog een aardige inhaalslag maken. In die periode hebben we een heel nieuw beleidsdocument geschreven.’

En toen?
‘Door naar de scouting. Eerst werd ik coördinator, vervolgens hoofd scouting. Net als bij de jeugd zijn we gaan bouwen. De structuur, de manier van werken, maar ook een heel nieuw scoutingsteam. In die periode kwam Frans naar me toe. Hij zei: “Je werkt hier nu een paar jaar. Je hebt de nodige opleidingen gevolgd én je hebt een duidelijke visie. Geef jij maar eens een presentatie waarin je uiteenzet hoe in jouwogen een voetbalorganisatie moet worden aangestuurd”. De club wilde een andere weg inslaan, al bleef Frans onverminderd ambitieus. FC Utrecht moest in 2020 structureel bij de beste zeven eindigen, de opleiding moest de hoogste certificering krijgen én we moesten jaarlijks geld verdienen aan uitgaande transfers. Een behoorlijke uitdaging.’

Omdat Van Seumeren zelf de hand op de knip hield?
‘De situatie veranderde. Laten we nooit vergeten dat deze club er zonder Frans misschien wel helemaal niet meer geweest was. Frans heeft Utrecht gered. Op een gegeven moment heeft hij wel gezegd er niet eeuwig geld in te blijven stoppen. Dat begreep ik wel. Hij wilde dat FC Utrecht net zo zou worden geleid als zijn eigen bedrijf, dus met een gezonde visie en beleid. De stip op de horizon was een stabiele subtopper die jaarlijks zou meedoen om Europees voetbal.’

En uw antwoord was?
‘Ja, dat kan. Alleen moest er dan wel even gas worden gegeven. We moesten creatief zijn, het kon in veel gevallen professioneler. Eigenlijk was de renovatie de jaren daarvoor al ingezet. Bij de opleiding en scouting hadden we al flinke stappen gezet. Vernieuwing, kwaliteit en ruimte voor persoonlijke ontwikkeling. Ik heb het altijd over de gouden driehoek binnen de organisatie: de opleiding, de scouting en het eerste elftal. Het laatste is het hart van de organisatie, maar afzonderlijk werkt het niet. We moesten antwoorden vinden op logische vragen: Wat is onze speelintentie? Hoe hoog leggen we de lat? Waar leiden we voor op? Waar scouten we voor? Dat heb ik visueel gemaakt en ik heb er een kader bij geschetst. FC Utrecht staat voor een aanvallende, brutale manier van spelen. Dat verwacht het publiek. Ook moest er meer kapitaal op het veld komen. Slim scouten, beter opleiden. Alle afdelingen binnen de voetbalorganisatie moesten op elkaar zijn afgestemd, handelen in het belang van de intern vastgestelde voetbalvisie. Daardoor zou het eerste elftal optimaal kunnen presteren. Zie het geheel als een uurwerk; je kunt wel sleutelen aan het eerste elftal, maar als je te weinig aandacht hebt voor je opleiding, scouting of performance, lopen die raders vast. Het luistert heel nauw.’

Eigenlijk zegt u: beter presteren met minder middelen.
‘Met ándere middelen. Wij hebben altijd creatief moeten zijn, maar juist dat houdt je scherp. Neem ons trainingscomplex. Dat is verouderd. Het doel is binnen drie tot vijf jaar alles te vervangen of een heel nieuw complex te bouwen. Tot die tijd gebruikt een deel van onze jeugd noodunits. Ideaal? Nee. In dat opzicht kijken wij jaloers naar clubs als AZ en Vitesse. Alleen kunnen we ons geld maar één keer uitgeven. Andere clubs hebben een geweldig complex, maar laten de jeugd op kunstgras spelen. Wij kiezen in dat geval voor écht gras. Deze zomer hebben we de kleedkamer van het eerste elftal en het krachthonk op Zoudenbalch uitgebreid. Je wilt de beste randvoorwaarden creëren, maar tegelijkertijd zitten we heel erg op de centjes. Ik zie het als een uitdaging.’

Is het financieel dan zo broos?
‘Het is net waartegen je het afzet. In vergelijking met AZ of Vitesse hebben wij een smal budget, maar een club als VVV is waarschijnlijk jaloers. Elk jaar proberen wij het spelersbudget iets te verhogen. We móéten wel, gelet op de concurrentie. FC Twente is weer terug en ook clubs als Heracles en PEC Zwolle blijven groeien. Tegelijkertijd hebben we te maken met schulden uit het verleden. Als een jeugdspeler doorbreekt in het eerste elftal, zijn we hem in principe snel kwijt. Dat is nu eenmaal de situatie waarin onze club verkeerd. Sportief hebben we grote stappen gemaakt en presteren we boven ons budget, maar commercieel zijn we nog niet zover. Het is nog niet in balans. Gelukkig staat daar nu ook een stabiele en ambitieuze organisatie en groeien de commerciële inkomsten en supportersaantallen. Tochmoet op dat gebied nog een inhaalslag worden gemaakt. We lijden namelijk nog altijd een operationeel verlies. Qua ambities behoren we tot de beste zes van Nederland, qua financiën nog niet.’

De sportieve wensen van Van Seumeren voor 2020 zijn nu al gerealiseerd. Wat is de volgende stap?
‘We zijn nu vier keer op rij in de topzes geëindigd en hebben twee keer Europees voetbal gehaald. Prachtig, maar we willen meer. Onze ambitie is commercieel door te groeien en met het eerste elftal structureel in de topzes te eindigen. We hebben de lat opnieuw hoger gelegd. Dat is gezien ons budget en de terugkeer van FC Twente een mooie uitdaging. Je zult ons niet horen roepen: De tweede plaats is haalbaar, of: We vallen de derde plek aan.Ajax, PSV en ook Feyenoord zijn financieel veel verder. Wel kunnen wij het de clubs in de topzes moeilijk maken. Vergelijk het met de Formule 1. Daar heb je Mercedes en Ferrari met veel grotere budgetten dan de rest. Vervolgens komt Red Bull, de grote uitdager. Laat ons maar Red Bull zijn. Een professionele, ambitieuze organisatie die zonder onverantwoorde dingen te doen, naam maakt. Wij willen ook die uitdagende rol. Laat ons de Max Verstappen van de Eredivisie zijn. Iemand inhalen waar niemand dat durft of een extra rondje zonder regenbanden rijden. Alles om een keer twee of drie posities hoger te eindigen dan volgens velen logisch is.’

Door bijvoorbeeld Adam Maher weg te halen bij een concurrent.
‘Zoiets. Al was Adam gewoon transfervrij. Wij hebben daarin netjes maar ook snel gehandeld. Wel vind ik het een goed teken dat iemand met zijn potentie voor FC Utrecht kiest. In het buitenland had hij vijf, zes keer meer kunnen verdienen. Zo proberen we creatief te zijn. Riechedly Bazoer heeft feitelijk meer kwaliteiten dan FC Utrecht. Toch kunnen we zo’n speler een jaar huren. Er is nogal eens kritiek op het aantal huurlingen, maar ze kunnen het elftal ook een boost geven. Je moet het zo zien: als wij alleen maar zekerheidjes halen die in ons salarishuis passen, gaan we niemand meer uitdagen. Wij voeren een stabiel beleid, maar durven vervolgens ook onze nek uit te steken. Zo heeft het destijds wat moeite gekost Zakaria Labyad te overtuigen, maar uiteindelijk hebben beide partijen van zijn komst geprofiteerd.’
 
Labyad was een schot in de roos, Oussama Tannane niet.
‘Dat is scorebordjournalistiek. Wij haalden in één zomer Labyad én Bilal Ould-Chikh. De buitenwacht riep direct: “Dat soort lastige jongens hebben wij niet nodig”. Een paar maanden later was het: “We moeten wel de Labyads en niet de Ould-Chikh’s halen”. Was het maar zo simpel. Riechedly Bazoer heeft het aflopen seizoen geweldig gedaan bij FC Utrecht en met Tannane ging het minder. Volgens mij was het Johan Cruijff die ooit zei dat als je zeven spelers haalt, er drie moeten slagen, eentje een voldoende moet scoren en drie falen. Ik denk dat wij aardig succesvol zijn.’
 
Collega’s zeggen dat u bijzonder creatief bent en geen euro te veel betaalt.
‘We betalen prima in Utrecht. Maar het is heel simpel: jongens als Labyad, Bazoer en Tannane hebben allemaal een heel groot offer gebracht om voor het traject FC Utrecht te kiezen. Wij bieden ze een goed podium en de mogelijkheid een volgende stap te maken. Daar is eerder Erik ten Hag ook belangrijk in geweest. Maar het klopt: met ons budget én onze ambities moet je creatief zijn.’

Toch gaat niet alles goed. Vorig seizoen was er ook het ontslag van Jean-Paul de Jong en de incidenten met Tannane en Timo Letschert. Verder was er veel kritiek op de aanstelling van Dick Advocaat.
‘Dat laatste heb ik persoonlijk nooit begrepen. Dick is een toptrainer, kijk naar zijn cv. Het vertrek van Jean-Paul heeft pijn gedaan. Vorige zomer hebben we ingegrepen, het liep niet. Door de staf anders in te vullen, hoopten we het tij te kunnen keren. Daar is inmiddels genoeg over gezegd. Vervolgens kwamen we bij Dick uit. Het seizoen was al onderweg, het was niet mogelijk de geschikte kandidaat voor de lange termijn aan te stellen. We hebben tijd gekocht. Gaandeweg het seizoen hebben we John van den Brom voor de langere termijn vastgelegd. In de tussentijd heeft Dick het gewoon geflikt. Ik ben hem nog altijd dankbaar dat hij in FC Utrecht is gestapt.’

Met de hakken over de sloot.
‘Mijn zoontje heeft laatst een werkstuk gemaakt over FC Utrecht. Ik bladerde er met een grote grijns doorheen. Hij had de ranglijsten van de laatste 49 jaar naast elkaar gelegd. Het was de club nog nooit gelukt vier keer op rij bij de beste zes te eindigen. Dat wist ik niet eens… Afgelopen seizoen was hectisch, maar we hebben wel Europees voetbal gehaald. De ondergrens is omhooggegaan. Na zeven wedstrijden hadden we zes punten. Met dat als uitgangspunt heeft Dick een wereldprestatie geleverd. Ik heb geleerd me niet te laten opjagen door resultaten. De voetballerij kan bijzonder opportunistisch zijn. In goede en in slechte tijden hebben wij de grote lijn bewaakt. Dit is Utrecht, de mensen kunnen ontzettend kritisch zijn. Geloof me, ik kan dat weten. Tegelijkertijd zijn ze ontzettend trots. Als één man stonden ze achter de club in de play-offs. Na de finale stonden er meer dan duizend mensen midden in de nacht op een parkeerplaats om de spelers toe te zingen. Dat is wat mij vooral bijblijft.’
Ook de directeur voetbalzaken werd toegezongen.

‘Dat heb ik wel als heel bijzonder ervaren. Dat gebeurt volgens mij niet vaak bij een technisch directeur.’
U zegt net in een tussenzin dat de ondergrens omhoog is gegaan. Daar leek het begin vorig seizoen niet op.
‘Daarom hebben we ook ingegrepen. Wat ik bedoel te zeggen: het elftal is kwalitatief goed genoeg om mee te doen in de subtop. De ondergrens in het elftal is omhooggegaan. Dat geeft rust in de organisatie.’

Rust. Collega’s beweren dat u juist nooit rustig bent.
‘In mijn werk ben ik gedreven en gepassioneerd. Als je dát bedoelt: ik kan het soms moeilijk loslaten. Mijn gezin weet dat, op dit moment, dit voor mij de ultieme baan is. De balans met thuis is dan soms lastig, zeker als je jonge kinderen hebt, al zie ik het allang niet meer als twee aparte werelden. Pappa moet soms gewoon even bellen. Ik ben nu eenmaal een control freak, ik wil alles weten en onder controle hebben. Dat is lastig in de voetballerij. Ik ben op dit moment rustiger, omdat ik weet dat er al eind juni een kwalitatief goede selectie en trainersstaf staat.’

Wat verwacht u van komend seizoen met John van den Brom?
‘De club groeit, dat voel je aan alles. De prestaties op het veld zijn leidend, maar ook commercieel en in de opleiding maken we stappen. Het stadion zit steeds voller, het jeugdcomplex wordt verbouwd en we spelen komend seizoen in shirts van Nike. Dat is geen diskwalificatie van Hummel, maar het geeft toch een zekere uitstraling aan je club. De aanstelling van John is ook een signaal. Een trainer die overal heeft gepresteerd en voor een zeker type voetbal staat. Hij is erg bevlogen en heeft net als ik een goed gevoel bij de huidige selectie. We willen tezamen de lijn van de laatste jaren doortrekken. Daarbij moet er ook oog zijn voor eigen talent. Ik ben benieuwd hoeveel tijd hij nodig heeft: er wacht al vrij snel een serie belangrijke wedstrijden.’

U doelt op de tweede voorronde in de Europa League?
‘Zeker. Een seizoen lang speel je voor Europees voetbal. Als je dan eenmaal de voorronde hebt bereikt, moet je doelstelling zijn de groepsfase te halen. Dat is de ambitie. Natuurlijk moet je realistisch zijn: in dit soort toernooien ben je mede afhankelijk van de loting. Stel dat je als FC Utrecht de groepsfase wél haalt, dan kun je pas echt grote stappen zetten. Het is goed voor de uitstraling van je club, maar ook financieel komt vervolgens alles in een stroomversnelling terecht. Ik vind dat we best ambitieus mogen zijn. Er staat een nieuwe trainer voor de groep, maar de kern van het elftal is gebleven. Natuurlijk zullen er nog één of twee jongens vertrekken. Wij zijn geen Real Madrid. Wij kunnen niet zeggen: Niemand gaat weg. Dat past ook niet bij deze club. Je wilt jongens ook de kans geven hun carrière op te bouwen. Tegelijkertijd gaan we er alles aan doen om een minstens zo goed elftal neer te zetten als afgelopen seizoen. Wat mij betreft zijn de voortekenen goed.’

Hoe honkvast is de directeur voetbalzaken? Recent informeerde Feyenoord naar uw status. U bleek niet beschikbaar…
‘Weet je wat het is? Ik ben ambitieus. Er gaat echt een dag komen dat ik zeg: Laat ik eens ergens anders gaan kijken. Tegelijkertijd kan ik hier over tien jaar nog gewoon zitten. Ik heb een zekere drive en wil alles uit mijn werk halen. Dat kan ik op dit moment gewoon niet loszien van FC Utrecht. Ik heb Frans van Seumeren laten weten voorlopig bij de club te blijven. De komende jaren heb ik mij gecommitteerd aan het nieuwe directieteam en aan de club. We zijn hier echt iets moois aan het bouwen. Daar wil ik een rol in blijven spelen.’

Bron: VI 

Wedstrijden

Binnenkort ziet u hier weer actuele informatie over de eerstvolgende wedstrijd van FC Utrecht.

Word nu lid van de supportersvereniging FC Utrecht